Gelijkheid vrouw-man: een prioriteit voor het ABVV
De strijd voor gelijkheid en tegen discriminatie is één van onze kernopdrachten. Deze strijd is van belang voor onze geloofwaardigheid, onze duurzaamheid en onze toekomst.
Deze strijd in de maatschappij en op de arbeidsmarkt kunnen we alleen maar ‘winnen’ als we zelf het goede voorbeeld geven en intern voor een beter v/m evenwicht zorgen.
Strategie
Het ABVV wil doorheen alle politieke initiatieven en activiteiten die het onderneemt, maar ook binnen zijn eigen structuur de gelijkheid tussen vrouwen en mannen bevorderen. Deze aanpak heeft de titel gendermainstreaming.
Op vrijdag 26 maart organiseerden ABVV en zij-kant, de progressieve vrouwenbeweging, de 6e editie van Equal Pay Day, de dag voor gelijk loon v/m. “Iedereen wordt er beter van als de loonkloof verdwijnt" is dit jaar de kernboodschap. Want de loonongelijkheid tussen vrouwen en mannen aanpakken, is een zaak van iedereen.
Statistieken en studies tonen duidelijk aan dat er nog verschillen bestaan tussen vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt. Deze verschillende posities zijn niet het gevolg van de biologische verschillen, maar wel van de verschillende rollen die hen door de maatschappij werden toegekend.
De strijd voor gelijke rechten woedt al vele jaren. Om de betekenis en het doel van de nieuwe benadering - gender mainstreaming - te verklaren, keren we even terug in de tijd. We schetsen hierbij ook de evolutie van het gelijkheidsbeleid van het ABVV.
Het ABVV veroordeelt de geweldplegingen bij Mactac en wijst iedereen op zijn verantwoordelijk-heid.
Het is pas nadat de pers de pesterijen op het werk in het bedrijf Mactac in Zinnik bekend maakte , dat de publieke opinie de soms zeer harde realiteit op de werkvloer ontdekte.
Het geval van Daniel is een ware schande. Het gaat hier bovendien in feite niet meer om pesterijen maar erger nog, om echte geweldplegingen op het werk. Deze zaak raakt ons des te meer, omdat het de werknemers zelf zijn die hun collega's zo vernederend behandelden.
Ook het stilzwijgen van diegenen die niet reageerden en lieten betijen, is niet goed te praten. In gelijk welke samenleving is het de solidariteit onder de leden ervan die ervoor zorgt dat de veiligheid van elkeen gevrijwaard en de rechten van allen geëerbiedigd worden.
Dit doet niets af van de verantwoordelijkheid van de werkgever die borg moet staan voor het welzijn op het werk van zijn werknemers. Hij had vroeger en krachtiger moeten optreden en op die manier de dramatische situatie kunnen voorkomen, die ons allen met verbijstering slaat.
Wat kunnen we daar vandaag nog aan toevoegen?
Aan de werknemers die eraan meegedaan hebben, zeggen we dat dergelijk grensoverschrijdend gedrag schandelijk en mensonwaardig is. Eerbied voor de menselijke waardigheid eisen we niet alleen van de werkgevers!
Het is dankzij onderlinge solidariteit en onderlinge hulp dat de werknemers, tot welke vakbond ze ook behoren, erin geslaagd zijn hun situatie te verbeteren en een rechtvaardiger samenleving op te bouwen. In bedrijven handelingen stellen die tot het meest onmenselijke aspect van een gevangeniswereld behoren, is zichzelf in de voet schieten en tegen zijn eigen ploeg scoren. Welke geloofwaardigheid heb je nog tegenover werkgevers die hun werknemers pesten – de zaak France Telecom toont aan dat het soms om systematische en doelbewuste pesterijen van de werkgever gaat – als wij als werknemers precies hetzelfde doen met onze collega's?
Als we respect willen, dan moeten we voor eigen deur vegen
Als we een beetje afstand nemen van de verantwoordelijkheid van de ene en de andere, dan moeten we vaststellen dat de wetgeving die ingevoerd werd om dit soort gedrag te voorkomen, niet goed gefunctioneerd heeft.
De wet voorziet in een alarm- en een bemiddelingsprocedure. Bovendien stelt deze wet ook dat men zich tot de rechtbank kan wenden als de interne bemiddeling niets oplevert.
Vandaag moet dus onderzocht worden waarom deze regeling niet gewerkt heeft, hoe we de informatie over deze reglementering aan onze leden en vorming van onze afgevaardigden kunnen verbeteren.
Het feit dat de aanstoker in de zaak Mactac een vakbondsafgevaardigde was, is echter geen voldoende reden om de bescherming zelf van alle afgevaardigden nu in vraag te stellen.
De bescherming die met het vakbondsmandaat verbonden is, dient niet om de afgevaardigde boven de anderen te stellen, maar om het recht op vereniging van de werknemers te beschermen. Dit is een collectief recht dat verleend wordt aan diegene die het risico op zich neemt om zijn collega's te vertegenwoordigen en die zich op die manier aan mogelijke represailles van de directie blootstelt.
Maar we kunnen niet aanvaarden dat deze bescherming misbruikt wordt om grensoverschrijdend gedrag in te dekken. Personen die dergelijk onaanvaardbaar gedrag vertonen hebben geen plaats in onze vakbond, want ze staan lijnrecht tegenover al onze waarden en normen.
De zaak Mactac is een alleenstaand geval, dat zelden voorkomt. De betrokken afgevaardigde werd uit zijn vakbond gezet. En als de rechtbank hem in het gelijk gesteld heeft wat zijn ontslag om dringende reden betreft, dan gebeurde dit op basis van een procedurefout, niet omwille van de grond van de zaak.
Aan slachtoffers ten slotte (tot wie we ons als laatste richten, niet omdat ze minder belangrijk zijn maar omdat ze integendeel recht hebben op al ons meevoelen en omdat ze al onze steun verdienen) zeggen wij: sluit je niet op in stilzwijgen!
Er bestaan procedures om je zaak aanhangig te maken bij de hiërarchische lijn. Door die procedure streeft de wetgever ernaar te kalmeren en te verzoenen. Soms volstaan bewustwording of een vermaning om normvervaging en pestgedrag tegen te gaan. Misschien zijn die procedures ontoereikend. Maar als de interne procedure mislukt, dan voorziet de wet ook dat het slachtoffer naar de rechtbank kan stappen.
De slachtoffers van pesterijen moeten in elk geval weten dat de wet bepaalt dat ze beschermd zijn tegen ontslag en dat wij ze als vakbond met raad en daad zullen bijstaan.
In Brussel zijn zo'n 500 vakbondsmilitanten samengekomen om aan het ministerie van Binnenlandse Zaken te betogen. Ze eisen het voortbestaan van geldkoerierbedrijf Brink's in België.
De rechtbank van koophandel heeft gisteren de faillissementsaanvraag van het bedrijf afgewezen. De rechtbank vindt dat er de voorbije maanden te veel onregelmatigheden zijn gebeurd bij het bedrijf.
De betoging van vandaag was gepland om te protesteren tegen de beslissing van ontslagnemend minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom (Open VLD) om een licentie te verstrekken aan een ander bedrijf uit de groep van Brink's. Maar na de beslissing van de rechtbank gisteren hopen de vakbonden nu dat Brink's toch blijft bestaan in België. Bij de honderden manifestanten zijn ook heel wat mensen uit andere sectoren die de werknemers van Brink's steunen.
"We hopen dat de activiteiten snel weer kunnen worden opgestart", zegt Erwin De Deyn van de socialistische vakbond. "We onderhandelen daarover met de voorlopige bewindvoerders."
Een delegatie van de betogers werd ontvangen op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Turtelboom liet weten dat ze de beslissing van de rechtbank zal bestuderen.
Reeds meer dan twee weken zijn de werknemers van het waardetransport in staking. Om een einde te maken aan het sociale conflict, heeft het bedrijf een aanvraag ingediend tot faillissement op 12 november en laat zo 450 werknemers in de kou staan. De rechtbank van koophandel van Brussel heeft op 15 november een uitspraak gedaan. De rechtbank heeft duidelijk het faillissement geweigerd. De voorlopige bewindvoerders werden aangesteld. Zij worden de werkgevers vanaf nu.
Dit neemt niet weg dat de syndicale organisaties zich het recht voorbehouden om alle wettelijke middelen te gebruiken die ter hunner beschikking staan om het bestaan van fraude te onderzoeken. De stakingsposten blijven zolang het nodig is op de 4 basissen (Machelen, Strepy, Gent, Hasselt) – Iedereen is welkom.
Om hun vastberadenheid te ondersteunen hebben de werknemers jullie steun nodig. Concentratie militanten: afspraak op donderdag 18 november om 11 uur in de omgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken te Brussel.
Solidariteitsmotie van het ABVV met de werknemers bij Brink’s
09 november 2010
Onder het voorwendsel van een moeilijke financiële situatie wil de directie van Brink’s alle geldtransporteurs naar een arbeidersstatuut doen overgaan (ze werken nu met een bediendestatuut).
Voor het ABVV is deze poging om de opzegtermijnen van de werknemers te verminderen, met het oog op een eventueel ontslag onaanvaardbaar.
Het ABVV kan niet aanvaarden dat het bedrijf bovendien intimidatieacties opzet om individuele werknemers uit te nodigen om van statuut te wijzigen.
De financiële problemen van Brink’s Belgium komen niet voort uit het bediendestatuut maar zijn te wijten aan een jarenlang chaotisch beheer van de onderneming. Grote operationele problemen (structurele overuren, irreële bedelingronden), gebrek aan kwaliteitsvol materiaal en het gebrek aan een echt commercieel beleid, pleiten al lang tegen de onderneming en werden meermaals aangeklaagd door ABVV delegees.
Werknemers van statuut willen doen veranderen legt bovendien een hypotheek op het interprofessioneel overleg waarbij de harmonisatie van het arbeiders- en bediendestatuut aan bod zal komen.
Het ABVV zal de waardigheid van de geldtransporteurs blijven verdedigen en betuigt zijn solidariteit met de 500 werknemers van Brink’s wiens rechten met voeten worden getreden.
Het ABVV verontschuldigt zich bij de gepensioneerden en sociale uitkeringstrekkers die door de staking van de geldtransporteurs hinder zouden ondervinden.
De gemiddelde werknemer bestaat niet, de arme werknemer wel
01 november 2010
Gemiddelde lonen, gemiddelde verhogingen, gemiddelde spaartegoeden, het zegt allemaal weinig of niets, maar er wordt wel van alles mee bewezen. De werkgevers zijn daar heel sterk in, zeker nu de loononderhandelingen voor 2011-2012 eraan komen. Het jaagt federaal secretaris Werner Van Heetvelde in de gordijnen. Bijvoorbeeld wanneer half oktober het grote loonrapport van de overheid uitkomt en er gezegd wordt dat de gemiddelde Belg 2.938 euro bruto per maand verdient.
Werner Van Heetvelde: Natuurlijk maakt mij dat boos. De gemiddelde Belg met het gemiddelde inkomen bestaat natuurlijk niet. Maar de pers doet het wel zo uitschijnen dat we allemaal rond dat inkomen zitten. Dat is pure demagogie. Het past perfect in de agenda van de werkgevers om te bewijzen dat we allemaal best met minder kunnen. Vergeet niet dat de loononderhandelingen voor een nieuw interprofessioneel akkoord eraan komen. En dan komt het ook goed uit om te zeggen dat de lonen de laatste tien jaar met gemiddeld 30% zijn gestegen. Zeker als je er vergeet bij te zeggen dat die stijging voornamelijk te maken heeft met loonindexeringen. Dat is geen loonsverhoging, dat is loonbehoud. Het is de bescherming van de koopkracht tegen de prijsstijgingen, en dan nog niet eens tegen alle prijsstijgingen.
Maar het rapport spreekt toch ook over de lage looncategorieën?
Werner Van Heetvelde: Alleen bestaat er nog veel lager. Het grote loonrapport stelt dat het horecapersoneel het minst verdient, 1.975 euro. Dat is trouwens ook weer een gemiddelde voor die hele sector. Wel, er zijn werknemers die veel minder verdienen. Wie op of rond het minimumloon zit heeft pakweg 1.600 euro. Opgepast, we spreken over brutoloon, dubbel vakantiegeld en eindejaarspremie inbegrepen. En je zou ervan opkijken over hoeveel mensen het gaat. De arbeiders die onder het paritair comité 100 vallen zitten in dat bootje, de mensen in de dienstencheques en in de beschutte werkplaatsen, de ongeschoolde arbeiders, en trouwens ook veel bedienden in de kleinhandel. Trouwens, dat loonrapport heeft het over voltijdse jobs. Maar 26% van de werknemers heeft een deeltijdse baan en daar zitten ook veel eenoudergezinnen bij die noodgedwongen met een ‘half’ loontje moeten rondkomen. En dan komt men de indruk wekken dat de burger goed zijn brood verdient. Ik noem dat misdadig.
Met andere woorden, zeer veel mensen hebben geen overschot.
Werner Van Heetvelde: Enkele weken geleden verklaarde het VBO dat de spaartegoeden fors gestegen zijn en dat de mensen dus een buffer hebben om een loonstop te kunnen verdragen. Maar waar komen die hoge spaargelden vandaan? Van gegoede burgers die door de crisis op de beurs de schrik van hun leven hebben gepakt en die hun centjes nu massaal op spaarrekeningen parkeren. En dat fenomeen gebruiken de werkgevers nu om te zeggen dat er in ons land geen probleem is met de koopkracht. Laat ze misschien eerst even narekenen hoeveel spaargeld arbeiders met een minimumloon gemiddeld opzij hebben staan, vooraleer ze zulke onzin verkopen.
Nog een opvallend cijfer dat recent uitkwam: 55-plussers zijn in ons land veel te duur, vergeleken bij hun jongere collega’s.
Werner Van Heetvelde: Ook dat is weer een veralgemening die nergens op slaat. Arbeiders hebben vaak geen jaarlijkse baremaverhogingen. Voor eenzelfde job is het brutoloon van een arbeider op 55 dan hetzelfde als op 25. Er is dus een grote groep mensen die op hun 55ste een probleem hebben met hun koopkracht, net zoals er veel op hun 25ste onvoldoende koopkracht hebben. Die groepen hebben speciale aandacht nodig. Vergeet niet dat 15% van de Belgen onder de armoedegrens leeft. Het zijn zowel jongeren als ouderen, en daar moet iets aan gedaan worden. Wie staat te vlaggenzwaaien met gemiddelde inkomens waar ook hogere kaderleden en directies bij gerekend worden, wil vooral niets doen aan het koopkrachtprobleem.
Met die gemiddelden kunnen we trouwens nog een tijdje doorgaan. Zo werd er becijferd dat de ineenstorting van de aandelenbeurzen elke Belg gemiddeld 1.200 euro heeft gekost. Er wordt met andere woorden gedaan alsof iedereen in dit land belegt in aandelen. Voor veel meer dan 1.200 euro welteverstaan, want anders kun je zoveel niet verliezen. Ik zou wel eens willen weten hoeveel mensen met een laag inkomen een aandelenportefeuille hebben. Het staat iedereen vrij te beleggen in aandelen en daar de risico’s van te dragen. Hoeveel men dan verliest is uiteindelijk ieders eigen verantwoordelijkheid. Maar hoeveel centen hebben de werknemers verloren omdat ze door de crisis hun job kwijtspeelden of economisch werkloos werden, zonder daar zelf verantwoordelijk voor te zijn? Laat men dat eens berekenen, want dat is de essentie van het hele crisisverhaal.
Je conclusie: gemiddelde inkomens zijn misleidend?
Werner Van Heetvelde: Het is vooral misleidend om aan de hand van gemiddelden te zeggen dat er geen koopkrachtprobleem is. Er is er wél een en het situeert zich in de eerste plaats bij de lage inkomens, en dan heel uitgesproken bij eenoudergezinnen. Daarom is een van de belangrijkste uitdagingen voor het IPA en voor alle onderhandelingen die daarop volgen dat de laagste lonen worden opgetrokken. En dat begint bij het GMMI, het gewaarborgd minimum maandinkomen.
We moeten er trouwens eens goed over nadenken hoe de loonvorming in zeer arbeidsintensieve sectoren verloopt. Arbeidsintensief betekent per definitie dat de loonkosten in het totale kostenplaatje van het bedrijf of de sector zwaar doorwegen. En dus is de marge er erg klein om de lonen te verbeteren. Is het logisch dat een sector die voor veel jobs zorgt minder marge heeft om de lonen op te trekken? Geen voor de hand liggende discussie, en ik wil ruiterlijk toegeven dat het ingewikkelder is dan ik het hier voorstel , maar het is toch de moeite waard om er verder over na te denken?